
Voor het maken van beton en de rotsblokken voor de golfbrekers, werd buiten Luanda een kleine steengroeve aangelegd met een crushing- en zeefinstallatie, kantoortje en een explosieve opslagplaats. Dagelijks reden Daf trucks af en aan om de gecruste steen en voor de betoninstallaties en de rotsblokkente te leveren.
Verder was er nog een werkplaats en de z.g. blockyard waar de betonnen blokken werden geproduceerd die zorgden voor de reparatie van de golfbrekers. Het leuke van de werken in Angola was, omdat er niets lokaal gekocht mocht worden, dat je alles tot in detail in Holland moest voorbereiden en bestellen. Je kon niemand anders de schuld geven als er te weinig of de verkeerde spullen waren geleverd je had het zelf bedacht en besteld. Voor de trucks had Daf een vertegenwoordiging in Angola wat makkelijk was i.v.m. onderdelen.
Het werk was in combinatie aangenomen met het Angolese bouwbedrijf Hidroportos. Dit had als voordeel dat je makkelijker kon beschikken over locale vakmensen, ook op het project kantoor werkten een aantal mensen van Hidroportos.
Een onderdeel van het contract hield in dat Volker Stevin tweemaal daags een maaltijd voor de locale mensen moest verzorgen en eenmaal per maand een voedselpakket moest verstrekken. Het was duidelijk dat het eten en de voedselpakketten de belangrijkste reden was voor de locale werkers om te komen werken. Van het beetje geld dat ze verdienden (de Kwanza) was niets te koop, er was trouwens niets.
Er was overal gebrek aan, niet alleen aan voedsel maar ook aan medicijnen en de normale dagelijkse benodigdheden. Er waren wel goederen te koop maar alleen met dollars en in speciale winkels voor buitenlanders. Alles moest worden ingevoerd tot voedsel aan toe.
Een voorbeeld van de schaarste maakte ik mee toen onze 'kraanmachinist' Arie, bij het instrueren van een lokale kraanmachinist, met een vinger klem was komen te zitten onder het hijsblok van zijn kraan. Ik bracht hem naar het ziekenhuis in Luanda waar we even in de wachtkamer moesten plaats nemen. In de wachtkamer zat ook een klein Angolees jongetje helemaal alleen, met zijn arm in een doek gewikkeld. De arts kwam Arie halen en maakte een foto van de vinger en die bleek gebroken, "die vinger en hand moeten in het gips", zei de arts. "Wat heeft dat jongetje", vroegen wij, "dat kind heeft zijn arm gebroken en moet ook in het gips. Maar het gips is op, het laatste beetje heb ik voor jou gebruikt, dat kind moet maar wachten tot er weer nieuw is", zei de arts. Hoelang dat geduurd heeft en erger nog, of dat kind z'n arm nog überhaupt in het gips is gezet, is ons niet bekend.
Tijdens mijn werk in Luanda werd ik verzocht om in Porto Amboim een paar generatoren te gaan bekijken die door een werkmaatschappij van V.S. aan Sonangol (een semioverheidsinstantie dat toezicht houdt op de olie- en gaswinning) waren geleverd. De tocht ernaar toe werd in een klein 8 persoons vliegtuigje gemaakt, dit omdat de reis per auto te gevaarlijk was omdat er nog grote groepen zwaar gewapende rebellen rondzwierven. Een eerdere vlucht, we waren pas een 10-tal minuten in de lucht, werd plotsklaps afgebroken omdat één van de piloten ziek zou zijn. Later hoorde ik dat deze man de avond tevoren flink was doorgezakt en misselijk en kotsend achter de vliegtuig knuppel zat.

Het bedrijf moest volgens het contract twee maaltijden per dag verstrekken aan de lokale werknemers en daarvoor was een keuken gebouwd met eigen koks. De uitvoerders klaagden wel eens dat 'hun' mensen niet vooruit te branden waren en dachten dat ze er alleen maar voor het eten waren.
Ik kon me er wel wat bij voorstellen en had er een geheel eigen oplossing voor gevonden. In het huis, dat van de Ambassade was gehuurd, was ook een gedeelte van de voedselvoorraad opgeslagen. Voor mij geen grote moeite om af een toe wat blikken eten te 'lenen', wat de monteur die ik bij me had een extra inpuls gaf. Uiteraard konden de uitvoerders met hun grote aantallen mensen dat natuurlijk niet doen. Ik heb het ze uiteraard niet verteld.



Toen de Portugezen in Angola nog de scepter zwaaiden, waren ze bezig om van de hoofdstad Luanda een mooie prachtige stad te maken. De boulevard in Luanda was toen met stip de mooiste van Afrika. Je kon er heerlijk langs terrasjes en haven slenteren, maar helaas was door de burgeroorlog het leven gigantisch duur geworden, goederen vooral de wat luxere waren moeilijk te krijgen en er was een avondklok ingesteld.
De Portugezen, de toenmalige kolonisators, moesten het land in 1975 praktisch van de ene op de andere dag verlaten. Half afgebouwde appartementen en kantoor gebouwen waarnaast de torenkranen in al die tijd werkeloos staan te verroesten. De misdaad nam hand over hand toe, om de gigantisch aantallen diefstallen die er voorkomen het hoofd te bieden brachten de bewoners er toe om hun huizen extra te beveiligen. Alle buitendeuren werden voorzien van stalen platen en zware sloten, alle ramen hadden stalen bescherming rooster, ook in de appartementen.
Eén van de mooie dingen van Luanda vond ik wel de gemakkelijke manier om ‘s avonds de weg naar de Ilha terug te vinden. Luanda was tegen heuvels aangebouwd als een kom rondom de haven. Als je dus ergens boven was hoefde je alleen maar de wagen in z’n vrij te zetten en je ging vanzelf richting haven en was de weg naar de Ilha snel gevonden.




Het werk in Luanda bestond uit het herstellen van een flink aantal golfbrekers op de Ilha de Luanda, een langgerekt schiereiland dat goed als een natuurlijke bescherming diende voor de haven van Luanda.
Voor de accommodatie en kantoren was een eigen compound gebouwd.
Het Algemeen Dagblad van 27 juli 1987 schreef hierover:
Het A.D. vervolg dan:
Voordat het Volker Stevin Compound klaar was sliepen we in een villa die was gehuurd van de Nederlandse ambassade. Er was toen in Luanda een avondklok ingesteld wat inhield dat we niet na 10 uur ’s avonds buiten mochten zijn. Een collega en ik gingen wekelijks kaarten bij mensen die woonden in Luanda en waarvan de man werkte bij het handelskantoor Zuid-Casa Hollandesa. We moesten natuurlijk wel zorgen dat we ons spelletje voor tienen uithadden, anders konden we in de problemen komen bij eventuele controles.