Bij mijn aankomst op het vliegveld Hato in Curaçao, werd ik afgehaald door de Plantmanager van het Dokproject met zijn zoon. Toen ik mijn koffers in de bagage ruimte van zijn auto wilde leggen, zag ik tot mijn grote vreugde een aantal duikflessen en overige duikapparatuur. Wij, mijn broer met een vriend van hem en een vriend van mij en ik, waren al in Nederland, zonder dat ik wist dat we naar Curaçao uitgezonden zouden worden, bij de ´Goudse Sportduikers´ lid geworden om daar te proberen ons duikbrevet te halen. Het is toen echter wel alleen bij trainen gebleven, we trainden ons helemaal suf, baantjes trekken met en zonder flippers, dan met 2 flippers dan weer met 1 flipper! We hadden een fantastische conditie, alleen aan het trainen met flessen, wat we zo graag wilden, kwamen we niet toe. Later hoorden we dat de directie van het zwembad (binnenbad) liever niet had dat er met duikflessen gedoken werd bang als ze waren dat de tegels van het bad zouden beschadigen.

    Eén van de eerste dingen die je gaat doen als je nieuw op Curaçao aankomt, is met iemand meegaan naar een mooie baai. Je had in Nederland al zulke geweldige verhalen gehoord over het lekkere water, de mooie vissen en het prachtige koraal, dat je er bij de eerste de beste gelegenheid naar toe wilde. Een mooie baai zoeken is niet zo moeilijk, want er zijn er vele. Omdat ik toen nog geen auto had was ik blij met iemand, die ook in de Pasanggraham logeerde, kon meerijden. Mijn eerste bezoek aan een baai was op Westpunt. Dat het onder water mooi zou zijn had ik, zoals gezegd in Holland wel gehoord, maar dat het zó mooi zou zijn dat had ik nooit durven dromen.

    Zodra ik kon ben ik lid geworden van de ´Centrale Duikschool Curaçao´ de CDC. ´s Avonds kregen we theorieles en in het weekend was het naar één van de vele mooie baaien voor de praktijk training.

    In Curaçao heb ik altijd gedoken vanaf de kant. In de eerste plaats waren er toen niet veel bootjes of heel duur om te huren. In de tweede plaats zijn vele baaien zo dat je eerst een normaal stukje strand heb met fijn zand, zodat je rustig je flippers aan kunt trekken en maar een klein stukje hoef te snorkelen uit de kant vandaan en dan begint het diepere water met gelijk al het mooie het koraal en vissen.

    Op 20 mei 1970 haalde ik m'n 1e duik certificaat.

Hier deden we het allemaal voor.
Mijn ´Sea Diving Certificate´ no. 042
Ondertekend door o.a. de befaamde Jan ’Cappy’ Lenderink.
    De praktijklessen waren vrij pittig, één van de oefeningen die toen werden gegeven, maar die nu verboden zijn wegens de mogelijke risico's, was een vrije opstijging vanaf zo´n 15 á 20 mtr diepte. Deze oefening hield in dat we onze duikflessen op de zandbodem aflegde, even nog wat adem bleven halen en dan al uitademend rustig opstegen, er daarbij wel voor zorgden om onder de grote opstijgende luchtbellen te blijven. De instructeur die met je mee naar boven ging had vooraf al bij de briefing gezegd dat als je onderweg naar boven niet uitademde, hij je zo hard in je maag zou stompen dat je al overgevend wel zou moeten uitademen. En hij zag er naar uit dat hij het nog meende ook. Een andere oefening was om met z´n allen in een kring zittend onze flessen op de bodem af te leggen, uiteraard op een zandbodem, een metertje of 20 uit elkaar en we dan op een teken van instructeu allemaal tegelijkertijd naar de fles van je buurman zwommen en daar dan weer gauw een teugje lucht namen en zo een kwartiertje doorgingen. Wat toen ook normaal was tijdens de training, was het z.g. buddy-breathen, oefenen met gebruikmaken van je ene regulator, die je afwisselend zelf gebruikte en dan weer aan je buddy aanbood. Hierbij hield je buddy en jezelf samen de ene regulator vast.
    De CDC organiseerde regelmatig speciale duik thema´s. Zo was er ook een keer een cursus onderwater fotografie georganiseerd. Deze cursus werd gegeven door de bekende Curaçaoënaar Fred Fischer. Fred Fischer was van Duitse afkomst en bij het uitbreken van de tweede wereldoorlog werden op de Antillen al deze mensen bij voorbaat opgepakt en gevangen gezet, zo ook Fred Fischer. Hij werd samen met zijn joodse Curaçaose vrouw, een afstammelinge van één der oude families van Curaçao, met zijn oude moeder opgesloten in een kamp met echte nazi´s op Bonaire. Hoe en wie verzint er zoiets, de verontwaardiging toen op Curaçao was enorm.
    We kregen eerst uitgebreide theorie lessen bij Fred Fischer thuis en later gingen we het geleerde in de praktijk brengen. De baai waar we gingen duiken weet ik me niet meer te herinneren. Wat mij het meeste is bijgebleven is dat Fred, hij moet toen al ver in de zeventig zijn geweest, met dubbele flessen op zijn rug, praktisch het water in- en uitgeholpen moest worden.
Hij kroop eerst als een krab over de zandbodem naar dieper water, maar hij deed het toch maar op die leeftijd fantastisch, mijn grote voorbeeld!

Fred Fischer hier met zijn Hasselblad camera. Wie de dames zijn, weet ik niet meer, ik dacht dat het verpleegsters waren. Het zou leuk zijn om de foto’s die Fred van de dames maakte hier bij te zetten.
Ik maakte deze foto toen Fred zelf met zijn camera bezig was.

Eén van de deelneemsters krijgt hier onderwater instructies. Acht, wordt er aangegeven, is dat niet de instelling van het diafragma?
Hier waren we nog vol goede moed om aan de rally te beginnen, wij gingen wel even de eerste prijs halen. De kracht van het positief denken bracht ons toch maar mooi op de vierde plaats.
Gingen we nu het water in, of kwamen we er net uit. Hier gaan we dadelijk linksaf de baai uit en zee op. Direct begint al het mooie koraal en gaat het geleidelijk aan naar beneden.
We staan hier na de duik nog even na te praten met de moeder en zus? van Sonja. Ze is blij dat ze haar dochter weer terug zag. Dat duiken van haar vindt ze wel nou ja, wel leuk, maar...

    Een ander evenement was een soort van onderwater rally in het kader van de jaarlijkse scuba-duikwedstrijden om de Jan Thiel wisselbeker en werd gehouden, hoe kan het ook anders, in de baai van Jan Thiel. Deze keer was het de beurt aan de CDC om een leuk onderwater parkoers uit te zetten en dat werd gedaan door de heren W. Blok en J.H. Ruygrok. Er deden vijftig personen dus 25 buddyparen aan mee van 2 duik verenigingen, twee clubs hadden helaas afgezegd.

    Wij, mijn buddy Sonja Heidsick en ik, zie foto´s boven, werden vierde met 75 punten. Toch niet echt slecht als je ervan uitgaat dat de eerste twee winnende paren in het bestuur van de CDC zaten, duikinstructeur waren en over zeer veel duikervaring beschikten. Van het derde paar was Percy Sweetnam een beroepsduiker bij ons op het dok en van E. Kommeroh weet ik verder niets. Als je in zo´n select gezelschap vierde wordt dan hoef je je niet te schamen, toch?

 

 

 

 

1
R. Wolf en H. Dijkhoffz
20 punten
2
H. Vrolijk en R. Westerbeek
65 punten
3
E. Kommeroh en P. Sweetnam
70 punten
4
S. Heidsick en W. van Oel
75 punten
5
J. de Graaf en C. van der Plaat
97 punten

    Het is niet zo dat, ook al ben je lid van een duikclub, je dan automatisch alle basiskennis van het duiken onder de knie hebt. Het Curaçaose dagblad de Amigoe van 25 oktober 1970 schreef over de scuba-duikwedstrijd o.a.:

                "Helaas moest een negental buddy-paren, die de meest elementaire veiligheidsoefeningen, het ’buddy-breathen’
                  niet beheersten wegens vroegtijdige bovenkomst tijdens deze vaardigheidsoefening gediskwalificeerd worden".

      Het ’buddy-breathen’ waar in dit artikel over gesproken werd en zoals wij het toen deden mag niet meer. Je gaat nu duiken met 2 regulators, waarvan de reserve (de octopus) dient als eventuele reserve voor jezelf of voor je buddy. Je geef nooit meer je eigen regulator aan je buddy.

    De CDC was een goede duikschool. Als je de uitslagen leest van deze wedstrijd, het was uiteraard wel een moment opname, blijkt dat de eerste 11 deelnemerparen lid waren van de CDC. Tegen de tijd dat wij weggingen uit Curaçao was de CDC bezig een clubhuis te bouwen op een piertje bij het Avila Beach Hotel. Wat er daarna met de club gebeurd is weet ik niet, de naam kom je niet meer tegen bij de lijst van duikscholen op Curaçao. Ik heb zo’n idee dat de club opgeheven is, heel jammer.

     Er is veel veranderd in de sportduik wereld. De CDC heeft net als praktisch alle duikclubs in die tijd gebruik gemaakt van duiktabellen die waren gebaseerd op de duiktabellen van de Amerikaanse Marine. Er zijn nu veel Internationale duikorganisatie zoals de PADI, NAUI, BSAC, SSI en nog anderen. Werd er vroeger alleen met gecomprimeerde lucht gedoken, nu zijn ook andere gasmengsels zoals Nitrox voor sportduikers beschikbaar. Ook met de uitrusting zelf is er veel veranderd en verbeterd. Ik en zoveel anderen doken op Curaçao alleen in een T-shirt met een lifevest en loodgordel. Het fel oranje gekleurde lifevest bevatte een kleine CO patroon en een opblaasslangetje. Dit type lifevest werd alleen gebruikt om als je bij het duiken in problemen was, je dan boven water je lifevest of door de CO patroon of door het opblaasslangetje kon opblazen. Nu is duiken met zo´n multifunctioneel jacket, waarmee je o.a. perfect kunt trimmen, een groot genoegen, ik heb er in Mexico in 2004 voor het eerst mee gedoken.

   Wij gingen, 38 jaar geleden, onze flessen vullen bij de zuurstoffabriek de Curacao Oxygen Compay, inc. onder leiding van de befaamde Jan 'Cappy' Lenderink. Die fabriek was gelegen vlak bij de ingang van de Curacaose Dokmaatscappij. Als je zelf geen fles had kon je er daar één lenen en afloop van de duik uiteraard daar weer inleveren. Het ging daar altijd heel gemoedelijk aan toe, zoals zoveel dingen op Curacao.

   Nu is het zo dat je bij alle duikscholen je flessen kan vullen en dat zijn er zo langzamerhand al velen. Ook de flessen met speciale mengsels zoals Nitrox is al geen probleem meer om ze op veel plaatsen gevuld te krijgen.