Curaçao werd dus mijn eerste buitenlands werk. Zoals toen gebruikelijk in de bouw werd bij een buitenlandse uitzending de man eerst een drietal maanden alleen vooruit gestuurd om te kijken of hij wel voldeed op het werk. Andersom kon het zijn dat hij het zelf ook niet zag zitten, dat kwam ook voor. Voor de achterblijvende vrouwen waren deze drie maanden een niet geringe opgave, zij stonden er wel alleen voor met de verhuizing en alles wat daarbij komt kijken en hoewel de eventuele opslag van meubelen door het bedrijf werd geregeld, kwam er toch gigantisch veel werk op de vrouwen neer. Vaak wordt daar te licht over gedacht, zeker bij zo’n eerste uitzending. In deze eerste drie maanden kon je dan, na gebleken geschiktheid, uitkijken naar woonruimte waarbij het bedrijf zelf ook adressen aangaf of eventueel voor je bemiddelde.

   In de weekends ging ik vaak met mijn chef en zijn familie mee naar o.a. Jan Thiel om er te zwemmen en snorkelen. In de tussentijd was ik lid geworden van de CDC de ´Centrale Duikschool Curaçao´, met de bedoeling om zo snel mogelijk mijn duikbrevet te halen.

   Het huis wat we konden betrekken stond ons gelijk wel aan. Familie van één van de monteurs op het werk kon voor hulp zorgen om het nieuwe huis schoon te maken. Meubels werden ook door het bedrijf geleverd, en de kleinere persoonlijke spulletje werden per schip uit Nederland na gestuurd. Emma, zo heette onze hulp, is al de tijd dat wij op Curaçao woonden bij ons gebleven.

   De familie kon overkomen uit Nederland, alles was er klaar voor, het huis was ´spic en span´. Voor Riet viel het niet mee om met twee kleine kinderen zo´n reis te ondernemen, Edwin was pas 6 weken oud en Inge drie jaar. Bij de bagage afhandeling moest Riet letten op 2 kleine kinderen, de koffers op de lopende band in de gaten houden en toen ze aan een douane beambte vroeg of ze alvast Edwin aan mij mocht geven en dit geweigerd werd, wilde ze als ik het toen goed inschatte, eigenlijk gelijk weer terug naar Holland.

   Mijn eerste drie maanden op Curaçao werd ik ondergebracht in, ja wat was het eigenlijk. Het waren houten barakken waarvan men de meeste had ingericht als éénpersoons kamers, verder een eetzaal met daarboven een bar. Het was echt Spartaans in die tijd, geen airco geen fan zelfs geen vliegengaas voor het enkele openslaande raam, althans in mijn kamer. ’s Nachts had je de keuze of lek gestoken te worden door de muggen of met het raam dicht, te stikken van de hitte.

   Toch was het wel leuk in de Pasanggrahan zoals het toen heette. Het was gelegen boven op een heuvel in Parera. Mij werd verteld dat deze barakken voor de oorlog werden gebruikt om besmette zeevarende in voorlopige quarantaine te houden. De bar van de Pasanggrahan werd gerund door marine mensen die daarmee een extra zakcentje bijverdiende, de gages waren toen niet zo denderend.
Pasanggrahan op het schiereilandje in het midden.
Foto gevonden op het Internet. (foto van Internet)

   Er werkte op het dok natuurlijk expats van diverse pluimage. Zo was er door de projectmanager een soort kennismaking avondje bij hem thuis georganiseerd waarbij alle expats en locale staf voor waren uitgenodigd. Omdat nog niet iedereen over eigen transport beschikte, haalden we elkaar zo’n beetje bij de verschillende adressen op. Zo kwamen we bij een uitvoerder thuis die praktisch klaar was om mee te gaan, hij zei "even nog wat geld pakken". Tot onze verbijstering klom hij in een boom en haalde vanuit de hoogste takken wat geld tevoorschijn. Toen hij onze verbazing zag verklaarde hij een beetje schaapachtig lachend, "mijn hulp kan niet van mijn geld afblijven, zodoende heb ik het maar op een veilige plaats verstopt". 

   Wij werden door het bedrijf in de gelegenheid gesteld om een nieuw bungalowtje te betrekken. Deze huizen waren als een project opgezet door een aantal bedrijven van het ´Nederhorst Concern´ op Curaçao, zoals Havenwerken, OCCC, Antem, Pletterij Enthoven en nog een paar bedrijven waar ze een aandeel in hadden. Het complexje heette toen ´Nos Tera´ en is gelegen in Brievengat, een wijk in Willemstad.