Het werk op Curaçao bestond uit de bouw van een betonnen droogdok met een capaciteit van 120.000 ton, uit te voeren door de ’Overseas Construction Company Caribbean’ de OCCC een werkmaatschappij van Nederhorst United. De opdrachtgever was de CDM, de Curaçaose Droogdok Maatschappij. Deze uitbreiding was dringend nodig om de bestaande geringe droogdok capaciteit in dat gebied drastisch te verhogen.
Alle cellen en tussencellen zijn hier gevuld en is rondom als een gewone weg te berijden. Hier zijn al goed de contouren van het droogdok te zien.
Deze opname van het dok is van recente datum. Het gedeelte boven de pijl is na onze tijd gebouwd.
    Het dok werd in het ’droge’ gebouwd. Dit hield in dat er eerst een bouwput moest komen waarin het betonnen dok gebouwd kon worden. Hiervoor werd eerst bij het grootste gedeelte, dat voorheen water was, een damwand constructie gemaakt.
    De dam werd als volgt gemaakt, eerst werd er als 1e stap een ronde cel 1 met een diameter van ± 10 mtr van stalen damwanden d.m.v. een drijvende heimachine in het water geheid. Als 2e stap werd vervolgens op een bepaalde afstand een 2e cel geheid. De al geheide cellen werden onderling, 3e stap tussencel 1/2, ook met stalen damwanden verbonden, dit herhaalde zich tot de gehele damwand klaar was.
Principe bouwvolgorde cellendam met hei- en vulrichting --->
1e stap
cel 1
3e stap
tussen-
cel 1/2
2e stap
cel 2
5e stap
tussen-
cel 2/3
4e stap
cel 3

    De cellen en tussencellen werden met diabaas, het op Curaçao veel voorkomende stollingsgesteente, vanaf de vaste wal met vrachtwagens gevuld. Ongeveer driekwart van het toekomstige dok was op het bestaande land gelegen en één kwart in het water. Om echter een betrouwbare waterdichte werkbare bouwput te krijgen, werd er ca. driekwart rondom met cellen en tussencellen geheid. Na het vullen kon langzaam worden begonnen met het leegpompen. Dit leegpompen moest vrij langzaam en gecontroleerd gebeuren om de damwanden te laten ’zetten’.

    Hierna werd begonnen met het ontgraven van het dok. Eerst komen de Caterpillar bulldozers met hun rippers aan te pas, om de keiharde diabaas in hapklare brokken te rippen. Vervolgens kunnen loaders de vrachtwagens vullen om het diabaas in de geheide cellen of op een stortplaats te dumpen. Het ontgraven ging dag en nacht door tot de gewenste diepte was bereikt. In de ontgraving periode werd hard gewerkt aan het opzetten en installeren van de diverse werkplaatsen, magazijnen, betoninstallaties, bendingyard, enz. Ook werden er al stockpiles aangelegd van verschillende gradaties gecrushte steen, waar later het beton van werd gemaakt. Omdat er op Curaçao door gebrek aan rivieren geen grind is, wordt er van harde rots d.m.v. steenbrekers ’crushed stone’ gemaakt.

    Het was een betonnen droogdok, het beton hiervoor werd op het werk zelf gemaakt. Hiervoor had OCCC een tweetal betoninstallaties ingezet. Ook het betonijzer werd op het werk zelf op maat gemaakt en gebogen, er was een aparte ’bendingyard’ voor opgezet. De reststukken van het dikke ijzer werd d.m.v. een speciale lasunit weer aan elkaar ’gestuikt’, om daarna weer op maat geknipt te worden voor hergebruik.

De torenkranen reden in het midden van het dok, zo konden beide kanten bediend worden. Aan de dokdeur kant, zie rechter foto, rijdt een kraan haaks op deze kranen om het werk aan o.a. de pompkamer te kunnen doen.
Hier is goed te zien wat voor enorme hoeveel-heden betonijzer werden gebruikt. Dit is de kant waar later de stalen dokdeur komt. Boven links van het midden, de twee nieuwe loodsen van de CDM in aanbouw.

   Links is het dok grotendeels klaar, althans het betonnen gedeelte ervan. Vooraan bij het dok is de aanslag te zien waartegen de invaarbare dokdeur zal worden geplaatst, met rechts vooraan de pompenkamer. In het dok zelf wordt de laatste hand gelegd aan de stalen drijvende dokdeur. Eén van de permanente kranen, aan de rechterkant, is al grotendeels opgebouwd. Aan de linkerkant van het dok zijn de werkzaamheden al aan de gang voor de bouw van de kraanbaan voor de linker dokkraan.

   De voorkant van het dok is al gedeeltelijk met water gevuld, om de drijvende dokdeur naar zijn positie te kunnen ’varen’. Als de dokdeur op zijn plaats is, kunnen de cellen en tussencellen van de damwanden aan de voorkant van het dok worden getrokken. Ter weerszijden van het dok aan de voorkant moeten nog de afsluitende damwanden worden geheid.

   De bekisting waarmee de pompenkamer werd gestort was een prachtig stukje vakwerk, hoe mooier de bekisting hoe beter en gladder de betonnen wanden eruit komen te zien. Alle wanden hadden een ronde vorm om het in- en uitstromende water goed te geleiden. Dit staaltje vakmanschap werd uitgevoerd door de hr. Blauw en zijn mannen.

Links vooraan was het kritieke punt van het dok.
Het snel opkomend water was alleen te bestrijden door ter plaatse gigantische hoeveelheden beton  te storten, om zo eventueel ’opdrijven’ of scheur vorming te voorkomen.