
Wij kwamen te wonen op Nos Tera in de wijk Jongbloed in Willemstad. Zoals gezegd was ons huis een aardig nieuw bungalowtje met een woon/eetkamer, drie slaapkamers, keuken, badkamer, schuur en carport. Onze schuur grensde aan de schuur van de buren zodat er telkens blokjes van twee bungalows ontstonden. Omdat het terrein een klein beetje glooiend was en er vrij grote ruimten waren tussen de blokjes, was het geheel een bijzonder leuk complexje. Je had geen last van de buren, je kon ze door het glooiende terrein ook niet allemaal zien. De huizen zelf waren alle wit geschilderd aan de buitenkant, met uitzondering van de schuurtjes die hadden een beetje een zandkleur. De dakranden van de huizen waren bij ieder blokje in een andere kleur geschilderd.



Vanuit de woonkamer kwam je via twee schuifdeuren op de porch die met mooie gladde tegels was betegeld. Omdat de porch grensde aan een slaapkamer aan de ene kant en de keuken aan de andere kant heb ik geheel toen overdekt tegen de altijd schijnende felle zon. Een groot gedeelte van de dag en vooral ’s avonds was je buiten op de porch. We hadden een grote tuin, maar zoals praktisch het hele eiland wel één bestaande uit diabaas, wat betekende dat als je een boom of struik wilde planten je eerst met een pikhouweel een gat moest hakken, vullen met goede grond en dan de struik of boom erin. Ook het water geven was een crime, water was toen, zal nu ook nog wel zijn, erg duur op Curaçao.
Rondom het huis was een grote tuin dat was afgezet met een flink hekwerk. Het hekwerk was absoluut nodig, om de overal op het eiland loslopende geiten (kabrieten) buiten je tuin te houden. Als die geiten iets hadden vernield, dan waren ze van niemand, geen eigenaar te ontdekken. Was er per ongeluk een geit door een auto overreden, dan stonden er wel gelijk vijf eigenaren op de stoep.




Landhuis Brievengat
De geschiedenis van Landhuis Brievengat gaat terug tot de tweede helft van de 18e eeuw en is omstreeks 1750 gebouwd.
Het Landhuis Brievengat is al een aantal keren gerestaureerd. Toen wij er woonden was het helaas onbewoond en leeg, de aftakeling gaat dan in een snel tempo.
Een orkaan vernietigde de plantage in 1877 en daardoor werd het Landhuis Brievengat gaandeweg verlaten. Later werd het domein overgenomen door Shell die het gebruikte voor de waterwinning. Het gebouw was zodanig beschadigd dat Shell overwoog om het maar te slopen, gelukkig is dat niet gebeurd en in 1954 schonk Shell het Landhuis Brievengat aan de regering. Na een grondige restauratie werd het huis opengesteld als museum.
Wij keken vanaf de voorkant van ons huis uit op Landhuis Brievengat, het hele gebied tussen ons huis en het landhuis was toen leeg, op metershoge cactussen na dan. Maar tegen het einde van ons verblijf werden er wegen en andere voorzieningen aangelegd, omdat er een wijk met volkswoningen zou worden gebouwd. Landhuis Brievengat is een prachtig voorbeeld van een voormalige plantage en was één van de grootste en meest prominente op Curaçao met een grootte van ruim 500 hectaren. Het complex bestaat uit een hoofdgebouw, geflankeerd op de hoeken door twee aangebouwde torens, die oorspronkelijk bedoeld waren als wacht- en uitkijktorens. Ook wordt beweerd dat de torens werden gebruikt om toen de slaven in op te sluiten als ze straf hadden. Het huis is via de statige aangebouwde trap en een veranda te bereiken.
Naast ons woonde Jaap & Liesbeth Groen met hun drie zonen. Jaap werkte eerst voor Havenwerken bij de bouw van een hotel en kwam later ook op het dok werken. We bleven na Curaçao ook contact houden met ze. Later, toen wij in Saoudi Arabië woonde en werkte kwamen we elkaar daar weer tegen, Jaap werkte intussen wel bij een ander bedrijf. Aan de andere kant van ons woonde mensen waarvan de man voor ’Pletterij Enthoven’ werkte bij de herbouw van de ingestorte brug over de St. Annabaai.
De waterleidingen lagen, misschien nu ook nog wel, in Curaçao boven de grond. Een voordeel hiervan is dat er geen kosten waren m.b.t. het ingraven van de leidingen en ook bij kapotte leidingen kon je direct zien waar deze kapot was en gemakkelijk te repareren. Een nadeel was dat het water heel warm was. Voor het douchen, wij hadden geen boiler, was het wel lekker. Het was zoals een beroemd voetballer al zei; ’ieder nadeel heb zijn voordeel’.
De kinderen vonden het geweldig op Curaçao, heerlijk buitenspelen en in de weekeinden naar een baai om er te zwemmen en te barbecueën. Als wij met verlof in Nederland waren was het vooral voor Edwin, heel vervelend om een trui of jasje aan te trekken, hij vond dat maar niks.
Door mijn werk moest ik regelmatig overwerken en in de weekenden werd ik ook regelmatig opgeroepen voor een storing. Hiervoor en ook om Inge naar school te brengen en te halen en boodschappen te doen, hadden we voor Riet een mooie Volkswagen kever gekocht, kenteken was C21645. Boodschappen doen in ’Zuikertuintje’ met aansluitend wat drinken op het terras, heerlijk buiten onder de grote bomen, wie deed het niet. Tot mijn spijt hoorde ik dat Zuikertuintje nu gesloten is, maar ik las ook weer dat er misschien met een andere eigenaar een doorstart komt.
Toen wij tenslotte naar huis gingen was het wel met pijn in ons hart, maar ja, het was toen vrijwel onmogelijk om op Curaçao werk te vinden en nog belangrijker, om een vergunning te krijgen als je al werk gevonden had. Werk wat er al was, was voor de ’landskinderen’ zoals dat heette en dat was ik tenslotte niet, zo ging dat toen. We verkochten een deel van de inboedel en de auto, pakte de overige zaken weer in een 1m³ kist, gingen onze stempels halen bij de belastingdienst, politie, DOW, eilandbestuur en konden uiteindelijk met het vliegtuig terug naar Nederland.