Is het nu voor de gewone Curaçaoënaar beter geworden na al die jaren. Voor mij staat vast van wel. De zichtbare armoede van toen zie je nu niet meer. De mensen zien er goed gekleed en verzorgd uit, kleding volgens de heersende mode. Ook de huizen zijn verbeterd, waren er in onze tijd nog veel houten optrekjes, nu zijn het veelal stenen huizen. Toch kun je nu ook je ogen niet sluiten voor de groepen die het slecht hebben.
Hebben de mensen het nu beter, is het eiland schoner en opgeruimder geworden, zijn de wegen nu beter dan vroeger? Over het algemeen, denk ik, hebben de mensen het wel beter, ze zien er goed gekleed uit, de huizen zijn groter en beter. Dat neemt niet weg dat er desondanks toch een vrij grote groep mensen is die niet of nauwelijks profiteren van de gestegen welvaart. Is het nu schoner dan vroeger, wellicht zou ik denken, zeker in die gedeelten die het meest door toeristen worden bezocht. Ook is er nu een actie gaande door Selikor, hét afvalverwijderingsbedrijf, om oude autowrakken, koekkasten e.d. op te ruimen, die er toen ook al in grote getallen lagen weg te roesten. Maar toch, als je de moeite neemt om van de grotere wegen af te wijken kom je toch nog wel veel irritant vuil tegen. De wegen zijn goed, tenminste de ’hoofdwegen’ zijn prima te berijden. Kom je echter in een z.g. ’achterstandswijk’ dan wordt het direct al minder, je rijdt er letterlijk tussen de gaten van het asfalt. Hier is nog een hele inhaalslag te maken en het is logisch dat hierdoor de locale bevolking begint te mopperen.
Wat ik vrij hatelijk vind is, dat bij het bouwrijp maken van stuk terrein waar bungalows op gepland zijn, alle infrastructuur dus ook de wegen er rondom als het opgeleverd wordt, er dan prima bijliggen. Maar alleen bij het geplande bouwterrein en dan weer niet de aansluitende wegen die gaan naar de minder florissante buurten. Jammer, waarom niet gelijk het gehele gedeelte asfalteren!
Het centrum van Willemstad zag er prima uit, zowel Punda als Otrabanda, echter zodra je uit het centrum bent is er nog veel op te knappen aan huizen en wegen, hoewel ze daar toch wel druk mee bezig zijn. Het ’Da Costa Comezplein’ waar we vroeger altijd wat gingen drinken na het winkelen, zag er nog net zo gezellig uit als toen. Het ziet er over het algemeen heel gezellig uit in het centrum van Willemstad. Ook op de kade bij de pontjesbrug zijn nu terrasjes gekomen, waar je heerlijk kunt zitten, er is daar altijd wel wat te doen op het water. De pontjesbrug die regelmatig open gaat en de veerboten die dan ogenblikkelijk de dienst Punda - Otrabanda oppakken.
Het was kort na de gebeurtenissen van juli 2008 toen Nederlandse stagiaires die werken in hotels lastig gevallen werden door demonstranten. Wij hebben er extra opgelet, zeker na aanleiding van berichten op internet, of Nederlanders onheus of onwelwillend werden bejegend. Echter geen van ons, we waren met z’n zessen, heeft ook maar de geringste vorm van onhebbelijkheid of agressie ondervonden. Sterker nog, overal waar we kwamen en wie we spraken, werden we vriendelijk te woord gestaan en men had alle tijd voor een praatje. En we zijn echt niet alleen in het Chogogo Resort gebleven. We hebben ook, het bij velen beruchte Brievengat, van voor naar achter en van links naar rechts doorkruist, niets wat ook maar in de verte leek op agressie. We hebben tenslotte in Brievengat gewoond en wilden ons oude huis weer eens bekijken, wat zonder hulp echt niet mee viel om te vinden.



Jan Thiel is langzamerhand de ’place to be’ aan het worden. Buiten de 3 resorts zijn er al vele mooie huizen gebouwd en er zijn plannen in uitvoering en ontwikkeling om nog veel meer huizen te bouwen. Dit bouwen, niet alleen op Jan Thiel, maar langzamerhand aan de gehele mooie rustige zuidkust, kan tevens ook de achilleshiel van Curaçao gaan worden. De mooiste stukken land maar ook de baaien worden opgekocht door hoofdzakelijk, Nederlandse projectontwikkelaars. Er worden in hoog tempo prachtige huizen, appartementen en resorts gebouwd voor de welgestelde, voornamelijk Nederlanders. De weerstand van de plaatselijke bevolking tegen deze vorm van verwoesting van de kustlijn neemt meer en meer toe. Varend op zee en geen stukje van de oorspronkelijke onbebouwde kust meer te kunnen zien, is voor velen een nachtmerrie. Ook beginnen lokale mensen, hoofdzakelijk de minstbedeelden, steeds meer te klagen dat er bijna geen strandje meer over is waar je zonder betalen naar toe kunt. Stel je dat in Nederland voor, dat je op alle stranden vanaf Zeeland tot in Groningen moet betalen om er op te mogen. En dan te weten dat de stranden op Curaçao, in tegenstelling tot die in Nederland, maar kleine inhammen zijn tussen de rotsige kusten, dus maar relatief kleine strandjes. Beter is het m.i. om iedereen op alle stranden en baaien vrij toegang te verlenen en voor het gebruik van een ligbed te laten betalen, de mensen kunnen eventueel dan hun eigen klapstoeltjes meenemen. Het onderhoud en de schoonmaakkosten van stranden en toiletten kunnen wel door b.v. een algemene toeristen belasting betaald worden.
Wat mij ook direct opviel was de rijstijl van de Curaçaoënaars. Was het vroeger zo dat als een chauffeur b.v. rechtsaf wilde slaan hij zijn arm door het raampje stak en over het dak met zijn hand de richting aangaf. Ik vond dat altijd een prachtig gezicht, helaas door o.a. de airco’s in de auto´s en misschien ook door het steeds drukker wordende verkeer, is deze rijstijl verloren gegaan. Ik vond dat altijd een mooi relaxed gezicht. Ook de vele grote, uit Amerika, ingevoerde auto’s (zoiets als nu nog rijden op Cuba) zie je haast niet meer. Het was een prachtig gezicht en dan vooral ’s avonds. De wagens hadden over de gehele breedte vaak grote achterlichten met richtingaanwijzers, die soms speciaal geschakeld waren. Ging de chauffeur b.v. linksaf dan werden de achterlichten en richtingaanwijzers als een soort pijl in- en uitgeschakeld, het was altijd een genoegen om naar te kijken.
We hebben onze oude hulp gevonden, ze is nu 77 jaar en ziet er nog prima uit. Ze woont samen met haar dochter, die vroeger bij ons op de kinderen paste als wij weg moesten. Het was heel gezellig om oude herinneringen weer boven te halen. Bizar is, dat toen wij in Zoeterwoude woonde, de dochter toen 6 jaar in Den Haag woonden zonder dat we dat van elkaar wisten.
Met hulp van de oudste dochter, hebben we ons oude huis toch gevonden. Het was totaal veranderd, een muur rondom, nog een extra dak tegen de zon erop, de tuin nu volop met bomen en planten. We hebben nog even met de huidige bewoonster en haar zoon staan praten, zij was vroeger secretaresse geweest bij ’Cappy’ Lenderink van de Zuurstoffabriek.
Wij hebben van deze vakantie enorm genoten, we hebben veel gezien, eigenlijk nu meer dan 38 jaar geleden. Het weer was zoals gewoonlijk fantastisch, het water prima. We hebben ons voorgenomen om geen 38 jaar meer te wachten voordat we opnieuw naar Curaçao gaan. Eigenlijk is 38 jaar een veel te lange tijd, je zou op zijn minst iedere 5 jaar terug moeten komen om de veranderingen beter te kunnen volgen.
Ik heb een paar heerlijke duiken gemaakt, geen problemen met het klaren van m`n oren, waar ik eerst bang voor was. Onze kleindochter heeft haar Padi duikcertificaat gehaald bij Dive Center Scuba Do, ze zat in een hele dames ploeg met als instructrice, Monique. Ze hadden veel plezier de dames, hoewel er werd ook echt wel gezwoegd voor het Padi certificaat.
Joeri heeft zijn eerste stapjes op duikgebied gezet en had ook nog een leuke 'ontmoeting' met Miss Bonaire 2008, wat wil je nog meer!
Helaas stond het bekende landhuis Brievengat weer leeg, net zo als toen wij een kleine 40 jaar geleden weggingen. In de tussentijd zijn er wel verschillende activiteiten in geweest, maar geen van alle was een lang leven beschoren. Naar mijn idee staat het daar verkeerd of m.a.w. het omliggende gebied biedt te weinig mogelijkheden om van dit prachtige landhuis een blijvende bestemming te maken. De toeristen komen daar niet hoe je het ook wend of keert. Hoewel het landhuis onlosmakelijk verbonden is met plantage Brievengat, is er door de oprukkende industrie en behuizing weinig reden tot optimisme met betrekking tot het voortbestaan van het landhuis. Een, weliswaar rigoureuze ingreep, is m.i. het landhuis steen voor steen af te breken en het heropbouwen op een locatie waar het aantrekkelijk is voor toeristen om te bezoeken of voor een bedrijf om zich er te vestigen. Alles is beter dan het langzamerhand weer als een ruïne te zien verpauperen, wat onvermijdelijk zal gaan gebeuren.
Er zijn meer landhuizen op Curaçao die aan het verwaarlozen zijn of in verval raken. Naar mijn idee is het de morele plicht van de Nederlandse overheid om geld beschikbaar te stellen om de landhuizen en zeker ook de fortificaties te restaureren. Op de allereerste plaats die landhuizen en fortificaties die al in verval zijn en dan in volgorde van verwaarlozing en achterstallig onderhoud, alle landhuizen en fortificaties stuk voor stuk in hun oorspronkelijke staat te herstellen. Uiteraard met inachtneming van moderne faciliteiten om de landhuizen de functie of bewoning te geven die passen bij een dergelijk cultureel erfgoed. Curaçao heeft buiten het mooie centrum van Willemstad niet echt veel historische gebouwen. Ook al is het een teken geweest van het koloniale verleden van Curaçao, het is wel hun verleden. Toeristen gaan er graag naartoe om ze te bekijken. Op diverse fora is echter ook te lezen dat men het over het algemeen toch wel jammer vindt dat ze zo verwaarlozen.
Een andere leuke ontmoeting was met Johan Vrolijk. Ik was er achter gekomen dat Johan de eigenaar was van o.a. het Hato Airport Hotel, dus wij daar naar toe. Ik had een kopie van mijn CDC duikcertificaat meegenomen en liet het hem zien. Hij was daar zo opgetogen over dat hij ons allen direct uitnodigde en we gezellig een uurtje bij het zwembad bij hem doorbrachten. Johan was namelijk één van de oprichters van de CDC de ’Centrale Duikschool Curaçao’. Er is helaas niets meer van de CDC terug te vinden, ook niet op Internet, heel jammer.
Tot zover de leuke ervaringen, de tragische waren het overlijden een jaar of 6 geleden van één van de examencommissieleden van de CDC en het veel te jong overlijden van mijn oude buddy ook al weer jaren geleden. Volgende vakantie ga ik nog meer oud examencommissieleden opzoeken.
DE ANEKDOTE VAN DE ZITTENDE BOOM
Waar wij het bestaan niet van wisten, toen wij daar woonden, was de typisch gevormde boom en de verhalen daarachter, hier er één van: