Voorwoord
Toen het RB Six project in Richards Bay praktisch was voltooid en wij voorgoed uit Zuid Afrika waren vertrokken, kon ik vrijwel direct aan de slag in het AV-huis in Rotterdam, het hoofdkantoor van Adriaan Volker. Adriaan Volker Civil Engineering had samen met het Duitse Hochtief en het Libanese bedrijf Consolidated Contractors Company de opdracht verworven voor de bouw van de tweede fase van de handelshaven in Jubail, Saoudi Arabië. De waarde van het contract was ƒ 2,4 miljard en de Joint Venture kreeg de naam VHC afkortng van:
Volker (penvoerder), Hochtief en Consolidated Contractors Company.
Er was enorm veel voorbereidend werk te doen in Nederland en in een extreem korte tijd. Het is goed, dat als je later te maken krijg met zaken die je van te voren zelf hebt ontworpen, berekend en besteld, je er ter plaatse niet iemand anders de schuld van kunt geven en alles op je eigen kop neerdaalt bij fouten met calculeren, ontwerpen en bestellingen. In nauwe samenspraak met de uitvoering, leveranciers, onderaannemers, ingenieursbureaus e.d. zijn in zeer korte tijd alle tekeningen gemaakt, offertes de deur uitgestuurd, materieel, materialen en gereedschappen besteld en verscheept en personeel geworven. Het was aanpoten deze periode en je hoopte maar dat wat je op het hoofdkantoor had uitgeknobbeld en besteld op tijd aanwezig zou zijn.
Jubail van oudsher een klein vissersplaatsje, ligt ongeveer 100 km ten noorden van de steden Dhahran, Damman en Al Khobar en is eigenlijk de plaats waar destijds de oliewinning in Saoudi Arabië begon. De bekende oliesteden zijn nu Ras Tanura, Abqaig en Dhahran en tot voor kort bleef Jubail betrekkelijk onbekend. Al sinds begin dertiger jaren van de vorige eeuw exploiteerde de Standaard Oil Company uit Californië oliebronnen op Bahrein, een eiland voor de kust van de eerder genoemde drie steden. Na enkele jaren ontdekten men dat de oliehoudende lagen zich voortzetten op het vasteland van Saoudi Arabië. Er vertrok op 23 september 1933 een expeditie, van de Standaard Oil Company met een kenner van Saoudi Arabië, van Bahrein naar Jubail. Jubail was gekozen vanwege de goede haven, drinkwaterbronnen en het landschap dat dichtbij oliebronnen zouden kunnen zijn. De jaren na 1933 kwamen steeds meer mensen uit de olie-industrie naar Saoudi Arabië, maar als toegangshaven werd Al Khobar gebruikt inplaats van Jubail. Het stadje Jubail werd weer zoals voorheen, een klein vissersplaatsje.



Het huidige Jubail werd omstreeks 1911 gesticht. Lang daarvoor echter heeft het al bestaan men neemt aan vanaf rond 650 NC. Het was toen bekend onder de naam Aynayn wat "twee bronnen" betekend.
In Jubail werd niet alleen gevist, ook waren er voor de kust aanzienlijke oesterbanken waardoor in de hoogtij dagen wel 200 bootjes waren voor de parelvisserij. Met de opkomst van de Japanse kweekparel-industrie rond 1933 werd duidelijk dat de traditionele vangstmethode niet konden concurreren met de Japanse kweekparel-industrie.
De wedergeboorte van Jubail begon in 1970 toen de regering plannen bekend maakte voor moderne industriesteden. De stad Jubail wordt geheel herbouwd. Jubail moet met Yanbu grote industriele complexen gaan worden, zoals bv het Rijnmond gebied.
De grote gasvoorraden van Saoudi Arabië zullen voor deze industriecomplexen worden benut. Olie en gas zullen zowel de grondstof als ook de energiebron voor het grote industriegebied zijn. Door deze enorme groei kan het nieuwe Jubail wel eens één van de grootste steden van de oostelijke provincie van Saoudi Arabië gaan worden.

De Dhows behoren tot de oudst bekende schepen ter wereld. Tot op de dag van vandaag varen deze mooie schepen in het Midden Oosten. De speciale vorm van deze schepen is een product van evolutie waarin de scheepsbouwers van de Arabiën Gulf gedurende eeuwen de beste eigenschappen van de vloten van India, Maleisië, Portugal, Holland en Engeland in zich hebben verenigd. De tonnages kunnen oplopen van de kustschepen van 25 ton tot zeegaande schepen van wel 300 ton. De houten schepen worden gemaakt van Indian teakhout. Omdat de stalen spijkers het hout kunnen doen splijten, worden er eerst gaten in voorgeboord en de spijkers omwikkeld met in olie gedrenkte hennep. Voor de spanten wordt gebruik gemaakt van de natuurlijke twisten en bochten van het hout.
