"De karavanen van Tema zien ernaar uit, de reisgezelschappen van Seba hebben hun hoop erop gevestigd.
Zij komen beschaamd uit met hun verwachting, naderbij gekomen, zien zij zich bedrogen".

Aan de voet van de Qasr Zabal, een begraafplaats...
Job, hft. 6 v. 19-20
   We werden ’s ochtends om een uur of vier gewekt door een concert van kakelende kippen, blaffende honden en blatende geiten. Na een heerlijk, typisch Engels ontbijt van bacon and eggs, corn flakes en fruit juice, een zeer vluchtige waspartij, ging het richting Sakaka. Sakaka is een stadje gebouwd rondom een oase en ligt noord westelijk van Jouf en fungeert als het hoofd administratief centrum van het omliggende gebied. In Sakaka bezichtigde we het fort Qasr Zabal, gebouwd op een berg met prachtig uitzicht over de oase. Men neemt aan dat dit fort ongeveer 1.500 jaar oud is.
   Aan de voet van dit fort is een begraafplaats, herkenbaar aan de rechtop in de grond gestoken stukken steen, zoals gebruikelijk in Arabische landen. Een beetje vreemde plaats een begraafplaats naast een moestuin. In de laaggelegen oase is rondom die oase een gebied wat bestaat uit bewerkbare vruchtbare grond. De rest bestaat uit rotsbodem.
...met één van de vier uitkijktorens van het fort.
Gebouwd op een hoge rotsformatie, het fort Qasr Zabal...
. ...en één uit South Africa.
. ...met vlak ernaast de moestuin.
   Op ongeveer 100 meter van de Qasr Zabal ligt een rotspartij genaamd Jebel Burnus. De rotspartij bevat een aantal rotstekeningen daterend van ver voor de Islamitische jaartelling. Dit is niet zo vreemd, want de Koran verbiedt het afbeelden van mensen en dieren bij kunstuitingen.
Zulke primitieven rotstekeningen komen op veel plaatsen in de wereld voor.

   In Swaziland hebben wij de prachtige z.g. Bushman Paintings gezien. Het heeft ons uren gekost om de plaats te vinden, maar het was de moeite waard. Er zijn in Swaziland nu op zo’n 23 plaatsen rotstekeningen bekend. De mooiste exemplaren zijn te zien in Piggs Peak in de Komatie Valley. Deze tekeningen, zoals de fameuze ‘Birdman’ heeft sommige schrijvers zoals Eric von Daniken, schrijver van o.a. “Waren de goden astronauten” geïnspireerd tot de theorie dat ze gemaakt zijn naar aanleiding van het bezoek van buitenaardse beschavingen.
Bushman Paiting uit Saoudi Arabië...
Vlakbij de Qasr Marid de Omar Mosque.
   De volgende halteplaats was Al Jewh (Al Jouf). In een oase van Jouf ligt één van de eerste vermelde oudheidkundige vestigingen van Noord Arabië. In vroegere tijden was de oase ook bekend onder de namen Domata-Jandal (Domein van Steen) en Dumah, reeds genoemd in het Oude Testament. Hierna werd het waarschijnlijk bekend als de stad van Adumu en werd belegerd ± 552 v.c. door Nabonidus, de laatste koning van het Neo-Babyloonse tijdperk in Mesopotamië.

   Het meest imposante gebouw is de Qasr Marid. Het is geconstrueerd van steen en uit stenen gemaakt van een mengsel van klei en stro en heeft dienst gedaan als een fort. De originele fundaties zijn naar men aanneemt gelegd in de derde eeuw v.c. nadien is het vele malen herbouwd. Vlak bij de Qasr Marid bevind zich de Omar Mosque. Van deze uit oude uit steen opgetrokken moskee, met een torenachtige minaret, zijn de fundaties gelegd rond 634 n.c. Men beweert dat dit de oudste moskee is van Saoudi Arabië
en wordt nog steeds als zodanig gebruikt.
Al Jouf gezien vanaf de Qasr Marid.
De moskee wordt nog steeds gebruikt .
...de groeven van de touwen te zien.
Op de rand van de waterput zijn...
In onze 'mandjes' klaar voor de nacht...

   Aangebouwd aan deze moskee ligt het, gedeeltelijk ingestorte oude centrum van Al Jouf waarvan sommige huizen nog steeds zijn bewoond. Dit typische stadje was er op gebouwd om langdurige belegeringen te kunnen doorstaan. Behalve aan de rand van het dorp, zijn er ook in het centrum een aantal waterbronnen. Het bezit van water is in landen met zulk extreem klimaat als in Saoudi Arabië van levensbelang bij eventuele belegeringen. Van de waterbronnen aan de rand van het dorp zijn nog een drietal in gebruik, het water wordt nu opgepompt door met dieselmotoren aangedreven pompen. Bij de bronnen werd in vroegere tijden waarschijnlijk gebruik gemaakt van kamelen, om het water omhoog te halen. Duidelijk zijn in de stenen nog de groeven te zien, veroorzaakt door het schuren van de touwen in de steen.

   We besteden ongeveer twee uur aan het bezichtigen van één en ander en het was bijzonder jammer dat we door het krappe reisschema niet meer de tijd konden nemen. Zo was bij één van de bronnen, in het midden van het dorpje, aan de zijkant van de bron een gang van ongeveer 1 meter hoog en 0,75 meter breed. De gang liep onder de weg door en boog naar links af. De gang was vol met spinnenwebben en werd al vrij snel donker. Bij gebrek aan een zaklantaarn en vooral ook om de toestand van het dak, moest ik na een tiental meters terugkeren. Was deze gang misschien een deel van een vluchtweg?
Of stond deze bron ondergronds in verbinding met nog weer een andere bron.

Hoelang blijft het nog staan?

   Het fort Qars Marid moet eens een gigantisch bouwwerk zijn geweest, te oordelen naar wat er nu nog van over is. De wanden zijn opgebouwd uit op elkaar gestapelde blokken steen zonder dat gebruik gemaakt is van cement. Midden in het fort was een rond gat van ongeveer 1 meter doorsnee en wel ongeveer 25 á 30 meter diep. Dit zal ook wel een bron geweest zijn voor het leveren van drinkwater tijdens een belegering.

   Na het bezichtigen van één en ander, genoten we in de oase van Al Jouf onder de palmen, van de lunch en een korte rustpauze. Van Jouf reden we door naar Tayma (Tema) een afstand van ongeveer 400 km waar we de nacht zouden doorbrengen. Op deze weg kruisten we de noordelijke uitloper van de An Nafud dessert. Een dergelijk echte zandwoestijn is vooral bij ondergaande zon een boeiend schouwspel. Afhankelijk van de stand van de zon neemt het zand iedere schakering aan tussen geel en rood, een fascinerend gezicht. Dit zou op heel onze reis van 5.000 km het enige stukje echte zandwoestijn zijn, van ongeveer 30 km lengte, wat we te zien kregen. De echte grote dessert van Saoudi Arabië de ‘Ar Rub’ Al Khali’ ligt meer in het zuiden tegen de grens van Yemen en Oman.

   Derrick was hier in dit gebied al vijf jaar daarvoor geweest. Hij zei dat hij in de omgeving een uitstekende slaapplaats wist te vinden, dus wij ernaar op zoek. Om in het donker een weg te vinden waar je vijf jaar eenmaal eerder bent geweest valt in een normaal verlichte stad niet mee, laat staan hier. Zodra je van de goed berijdbare geasfalteerde weg af bent, is het vaak een gok om een goed uitziend spoor te volgen in de hoop dat je goed uitkomt. Na een paar uur vruchteloos zoeken en een aantal keren in het mulle zand vastgezeten te hebben, vonden we eindelijk de lang gezochte plaats. Hier, ongeveer 4 á 5 km uit de rand van het dorp, bevond zich in de zandvlakte een bergmassief en in de luwte van dit gebergte sloegen we ons ‘tweede kamp’ op.

...ons 'kamp' bij daglicht, uitkijkend over eindeloze vlakten.
Qars Marid moet eens een imposant ford zijn geweest.
        Dag 1                                                      Dag 2                                                      Dag 3