"De
karavanen van Tema zien ernaar uit, de reisgezelschappen van Seba hebben hun
hoop erop gevestigd.
Zij komen beschaamd uit met hun verwachting, naderbij gekomen, zien zij zich
bedrogen".











Aangebouwd aan deze moskee ligt het, gedeeltelijk ingestorte oude centrum van Al Jouf waarvan sommige huizen nog steeds zijn bewoond. Dit typische stadje was er op gebouwd om langdurige belegeringen te kunnen doorstaan. Behalve aan de rand van het dorp, zijn er ook in het centrum een aantal waterbronnen. Het bezit van water is in landen met zulk extreem klimaat als in Saoudi Arabië van levensbelang bij eventuele belegeringen. Van de waterbronnen aan de rand van het dorp zijn nog een drietal in gebruik, het water wordt nu opgepompt door met dieselmotoren aangedreven pompen. Bij de bronnen werd in vroegere tijden waarschijnlijk gebruik gemaakt van kamelen, om het water omhoog te halen. Duidelijk zijn in de stenen nog de groeven te zien, veroorzaakt door het schuren van de touwen in de steen.
We besteden ongeveer
twee uur aan het bezichtigen van één en ander en het was bijzonder
jammer dat we door het krappe reisschema niet meer de tijd konden nemen.
Zo was bij één van de bronnen, in het midden van het dorpje,
aan de zijkant van de bron een gang van ongeveer 1 meter hoog en 0,75 meter
breed. De gang liep onder de weg door en boog naar links af. De gang was vol
met spinnenwebben en werd al vrij snel donker. Bij gebrek aan een zaklantaarn
en vooral ook om de toestand van het dak, moest ik na een tiental meters terugkeren.
Was deze gang misschien een deel van een vluchtweg?
Of stond deze bron ondergronds in verbinding met nog weer een andere bron.



Het fort Qars Marid moet eens een gigantisch bouwwerk zijn geweest, te oordelen naar wat er nu nog van over is. De wanden zijn opgebouwd uit op elkaar gestapelde blokken steen zonder dat gebruik gemaakt is van cement. Midden in het fort was een rond gat van ongeveer 1 meter doorsnee en wel ongeveer 25 á 30 meter diep. Dit zal ook wel een bron geweest zijn voor het leveren van drinkwater tijdens een belegering.
Na het bezichtigen van
één en ander, genoten we in de oase van Al Jouf onder de palmen,
van de lunch en een korte rustpauze. Van Jouf reden we door naar Tayma (Tema)
een afstand van ongeveer 400 km waar we de nacht zouden doorbrengen.
Op deze weg kruisten we de noordelijke uitloper van de An Nafud dessert.
Een dergelijk echte zandwoestijn is vooral bij ondergaande zon een boeiend
schouwspel. Afhankelijk van de stand van de zon neemt het zand iedere schakering
aan tussen geel en rood, een fascinerend gezicht. Dit zou op heel onze reis
van 5.000 km het enige stukje echte zandwoestijn zijn, van ongeveer 30 km
lengte, wat we te zien kregen. De echte grote dessert van Saoudi Arabië
de ‘Ar Rub’ Al Khali’ ligt meer in het zuiden tegen de
grens van Yemen en Oman.
Derrick
was hier in dit gebied al vijf jaar daarvoor geweest. Hij zei dat hij in
de omgeving een uitstekende slaapplaats wist te vinden, dus wij ernaar op
zoek. Om in het donker een weg te vinden waar je vijf jaar eenmaal eerder
bent geweest valt in een normaal verlichte stad niet mee, laat staan hier.
Zodra je van de goed berijdbare geasfalteerde weg af bent, is het vaak een
gok om een goed uitziend spoor te volgen in de hoop dat je goed uitkomt.
Na een paar uur vruchteloos zoeken en een aantal keren in het mulle zand
vastgezeten te hebben, vonden we eindelijk de lang gezochte plaats. Hier,
ongeveer 4 á 5 km uit de rand van het dorp, bevond zich in de zandvlakte
een bergmassief en in de luwte van dit gebergte sloegen we ons ‘tweede
kamp’ op.
