Voor de bouw van de kademuren en breakwaters werden er twee betoncentrales gebouwd, hierdoor was het mogelijk dat bij een storing aan één van de centrales er altijd met de andere centrale door kon worden gestord. Voor de bouw van de golfbrekers werden grote aantallen Delossers geproduceerd. De grote truk van o.a. de Delossers is, dat door hun speciale vorm de poten van de ene Delosser grijpt in de poten van een andere Delosser, enz. Deze constructie maakt er een zeer stabiel geheel van wat het wegslaan van delen van de breakwater, door hevige stormen, orkanen, of zware golven wat in die gebieden met regelmaat voorkomt, tegengaat. Tevens, en misschien wel de belangrijkste eigenschap, door de toch relatief open constructie hebben Delossers of Stabits een sterk golbrekende functie.

    Hier op dit werk werd de energie geleverd d.m.v. een middenspanningkabel door de aluminiumfabriek Alusaf die aan het eind van de Richards Bay was gevestigd. Er was op het RB6 werk een transformator substation gebouwd, waar de voedingskabel binnenkwam en de middenspanning verder werd onderverdeeld naar de diverse substations op het werk.

   De bouw van de haven omvatten de aanleg van de Coal Berth, de Clean Cargo Berth, de North Western Berth en de Small Craft Harbour. Verder behoorde bij het contract de bouw van de Tidal Gates, die reguleerde het water in het achterste lagoon (het natuurgebied Lake Mzingazi), en verder de bouw van twee breakwaters. Om een idee te krijgen van de afmetingen van b.v. de Caol Berth, het diepste punt van de beton constructie ligt 25 meter onder het zeeniveau.

   Alle aanlegkades werden in het z.g. 'droge' gebouwd. Dit hield in dat er eerst een enorme bouwput werd gemaakt waarin langs de binnenkant van het talud een drietal ringleidingen op verschillende hoogten werden aangelegd. Dit afvoerleidingsystemen werkte 24 uur per dag om het water af te voeren. Door het continu afvoeren van het water klonk het dijklichaam langzaam in dat na verloop van tijd de bovenste, soms ook de tweede, ringleiding uitgeschakeld kon worden omdat er geen water meer door de dijk kwam. Alleen het grondwater moest worden afgevoerd.

Een Manitowoc Ringer kraan bezig met het plaatsen van een Delosser.
   De bouw van een complete haven in Richards Bay door de bouwcombinatie RB6 was een zeer omvangrijk werk. Richards Bay was van oorsprong een klein vissersdorpje waar geen grote schepen de haven binnen konden. De toegang was te klein om ook de grote baggerschepen te kunnen ontvangen en er moesten speciale voorzieningen gemaakt worden om de grote baggerschepen te kunnen ontvangen. Nadat het contract getekend was is er als één van de eerste werkzaamheden begonnen met het toegangkelijk maken van de natuurlijke- en toekomstige haven. Hiertoe werd op het werk met een dragline een groot gat gegraven vlakbij de kust. Tegelijkertijd werd het kleinste baggerschip, dat bij de voorhanden was, de cutterzuiger de Belgische Concorde, geheel in transporteerbare delen gestript en per schip naar Durban vervoerd. Over de weg werden de delen naar Richards Bay vervoerd en in het gegraven gat weer gemonteerd. Toen de Concorde gereed was begon hij zich een weg te baggeren naar de riviermonding en de zee ingang. Hierdoor werd de riviermonding geschikt gemaakt om de grote baggerschepen en sleepboten te kunnen ontvangen. Eén van die grote dredgers was de bekende Geopotis X, één van de drie grootste zuigers toen in de wereld. Gelijktijdig dat de Concorde met zijn werkzaamheden begon, waren de bagger en civiele afdelingen druk bezig met de mobilisatie, zoals het opzetten van de kantoren, werkplaatsen, betoncentrales, de Quarry, Green Hill. En wat voor de 'natte' afdeling betrof, er werden kilometers lange baggerleidingen aangelegd met de bijbehoren tussenstations, om de gebaggerde zandmassa's af te voeren.
Eén van de twee Delosser produktie yards.
De kademuren werden alle in het 'droge' gebouwd.
   Er was toch wel een vrij grote scheiding tussen de bagger- en civiele bedrijven op het werk ook al was het één contract. Zo waren er aparte kantoren, magazijnen en werkplaatsen voor de beide diciplines, het ware eigenlijk twee aparte werelden. Zo onlogisch was dat ook weer niet, omdat beide afdelingen een andere manier van werken hebben en men wilde niet op een relatief kortlopend project teveel problemen tegenkomen wat de produktiviteit ernstig kon schaden. De 'natte' afdeling doet normaal 24 uur per dag en 7 dagen in de week werken, waar dat voor de 'droge' meer uitzondering dan regel is. De uitzonderingen bij het droge zijn meestal het beton storten, is daar eenmmaal mee begonnen, dan moet zo'n stort afgemaakt worden.
   
   D
e samenwerking tussen de 'bagger' en het 'droge' ging door de bank genomen prima. Als de gezamelijke directies op bezoek kwam dan werd de baaizaal afgehuurd en werd er een groot feest gegeven.
Het bij velen nog bekende krukas 'kunstwerk', gemaakt door de 'bagger'.
Het ging niet altijd even goed. Hier de North Western Berth onder water.
Niet alleen bij het 'Droge', maar ook bij het 'Natte' ging het soms goed fout.